De nacht dat het Bovendek de kranen dichtdraaide
In de kroniek van het Bovendek staat het als een technische maatregel: op de elfde van de maand werd de toevoer naar de lagere lagen teruggebracht tot veertig procent, in afwachting van herstelwerk aan de hoofdleiding. Twee zinnen, ondertekend door drie raadsleden. In de Onderstad wordt dezelfde nacht anders doorgegeven, en die versie is aanzienlijk langer.
De pompen vielen niet in één keer stil. Ze liepen eerst zwaarder, alsof ze door dikker water moesten, en daarna hoorde je hoe ze één voor één in het niets sloegen. In de smalle straten onder de waterlijn betekent dat binnen een half uur geen warmte, geen licht in de trappenhuizen en geen druk op de sluisdeuren die het water buiten houden. De eerste kelders stonden vol voor iemand had bedacht wie er gewaarschuwd moest worden.
Wat daarna gebeurde is de reden dat de drie gildes vandaag bestaan zoals ze bestaan. De ketelmeesters, die als enigen konden lezen wat de manometers deden, verlieten hun posten om handmatig te stoken. De tandwielmakers gooiden in dezelfde nacht negen wissels om, waardoor de vrachtliften naar boven onbruikbaar werden en de Raad merkte dat afsluiten twee kanten heeft. En in de rook rond de zuidelijke pomphal begon iets wat later de Zwarte Damp zou heten, met mensen die liever niet worden opgeschreven.
Het spel begint elf dagen na die nacht. De kranen staan nog niet open, het herstelwerk aan de hoofdleiding is nooit begonnen, en de stad is in drie stukken uiteengevallen die elk denken dat ze de ketel eerlijker beheren dan de andere twee. Je vliegt niet naar binnen om de rust te herstellen, want daar is niemand meer in geïnteresseerd. Je vliegt naar binnen omdat de druk hoe dan ook ergens naartoe moet.
We vertellen deze geschiedenis niet in filmpjes tussen de opdrachten, maar in wat je onderweg tegenkomt. De dichtgeklonken kraanwielen op het Bovendek, de negen wissels die nog steeds verkeerd staan, de kelderdeuren in de Onderstad die van binnenuit zijn versterkt. Wie er langs vliegt, ziet decor. Wie er even blijft hangen, leest waarom de stad zo staat als hij staat.